053 431 10 60

Groeimindset ontwikkelen? De 4 ingrediënten voor groei

Geschreven door Pieter van der Haak.

Groeimindset ontwikkelen: de ingrediënten voor groei

 

Dit artikel over de ingrediënten voor een groeimindset maakt onderdeel uit van een reeks artikelen over de groeimindset. De reeks geeft antwoord op de vraag hoe het kan dat sommige mensen zich maar traag ontwikkelen en eigenlijk een beetje stil lijken te staan, terwijl anderen voortdurend stappen blijven zetten… In dit artikel leg ik uit aan welke knoppen je kunt draaien om ervoor te zorgen dat mensen een groeimindset ontwikkelen en hoe dat precies werkt in de hersenen.  

De artikelen over de groeimindset zijn bedoeld voor leidinggevenden, trainers en/of teamcoaches die mensen in teams willen helpen te bouwen aan een positief leerklimaat waarin we iedere dag een betere versie van onszelf uit weten te vinden.

Lees ook:

Groeimindset versus statische (fixed) mindset

Aan welke knoppen kun je draaien om er voor te zorgen dat mensen zo’n groeimindset ontwikkelen? Hoe werkt dat nu precies? Hiervoor heb ik hieronder de twee mindsets in beeld gebracht aan de hand van een tweetal hoofdkenmerken en vier zogenaamde ingrediënten voor groei.

groeimindset fixed mindset vergelijkingstabel pa

Twee hoofdkenmerken van de groeimindset

Het contrast tussen de twee mindsets wordt grotendeels bepaald door 2 hoofdkenmerken. Ten eerste door de basisovertuiging dat capaciteiten al dan niet ontwikkelbaar zijn. Iemand met een vaste mindset is er van overtuigd dat mensen zijn geboren met bepaalde capaciteiten en daarom hoeven ze zich dus niet in te spannen om zichzelf verder te ontwikkelen. Mensen met een groei mindset geloven dat ze hun capaciteiten verder kunnen ontwikkelen.

Het tweede hoofdkenmerk, is de focus die mensen hebben. Iemand met een statische mindset heeft de neiging om zijn aandacht te richten op prestaties en resultaten. De belangrijkste zorg gaat uit naar hoe het er voor de buitenwereld uitziet, of te wel om geen slechte beurt te maken. Iemand met een groei mindset is daar niet mee bezig. De focus ligt juist op het proces om beter te worden.

De 4 ingrediënten voor groeimindset

Vanuit deze twee determinanten wordt er totaal verschillend omgegaan met de vier belangrijkste ingrediënten voor groei; het tonen van inzet, het aangaan van uitdagingen, omgaan met feedback en het maken van fouten.

1) Inspanningen leveren:

Het onderzoek van Dweck laat zien dat wanneer iemand een statische mindset heeft, inspanning als een negatief ding wordt ervaren, iets dat je moet doen als je niet goed genoeg bent. Het is een bewijs van een gebrek aan kwaliteit. Alleen mensen die ergens niet goed in zijn moeten zich inspannen. Niet om er beter van te worden, maar omdat ze er niet goed in zijn. Mensen met een groeimindset zien het doen van inspanningen juist als dé manier om te groeien. Als je iets wilt ontwikkelen, iets wilt bereiken, zul je er je best voor moeten doen.

2) Uitdagingen aangaan:

Als zich een obstakel aandient dan wordt dit vanuit een statische mindset gezien als een bewijs van het eigen onvermogen; “zie je wel, ik kan dit niet”. Dus worden uitdagende situaties zoveel mogelijk vermeden. Mensen die een groeimindset hebben zien uitdagende situaties juist als dé ultieme mogelijkheid om te laten zien dat je kunt groeien. Het overwinnen van uitdagingen is een bewijs van hun basisovertuiging dat je jezelf kunt ontwikkelen.

3) Omgaan met feedback

Feedback wordt door mensen met en statische mindset gezien als kritiek. Het wordt direct persoonlijk opgevat het triggert direct allerlei verdedigingsmechanismes. De luiken gaan dicht, feedback is niet welkom. Vanuit het perspectief van een groeimindset is feedback essentieel om verder te komen.  

4) Fouten maken

Het maken van een fout is voor mensen met een statische mindset een persoonlijk drama. Het is het bewijs dat ze niet goed genoeg zijn of iets niet kunnen. Dit gevoel willen ze natuurlijk vermijden en ze zullen er dan ook alles aan doen om fouten te voorkomen. Ze zullen dus geen risico’s willen lopen en mocht er onverhoeds toch een fout worden gemaakt dan zullen ze hun uiterste best doen om het eigen straatje schoon te vegen. Mensen die een groeimindset hebben zien fouten juist als onderdeel van het leerproces. Een fout maken is een belangrijke leer-ervaring en helpt ze om verder te komen.

De samenhang

Eigenlijk vormen de twee hoofdkenmerken (overtuigingen en focus) de basis van de groei- of statische mindset. Op een of andere wijze zijn de vier ingrediënten logische bijproducten van die hoofdkenmerken; welke overtuiging heb je over het ontwikkelen van je capaciteiten en waar ligt je focus?

Wat kunnen we met deze inzichten?

Als je mensen wilt helpen om meer vanuit een groeimindset hun leven te leiden kun je aandacht besteden aan zowel de hoofdkenmerken als ook de ingrediënten tot groei. Het zal wellicht duidelijk zijn dat de hoofdkenmerken de basis vormen. Immers, als iemand toch blijft geloven dat capaciteiten aangeboren zijn en niet ontwikkelbaar, dan zal hij nooit om feedback gaan vragen bijvoorbeeld.

Het is dus belangrijk om te weten of de mensen met een groeimindset gelijk hebben. Klopt hun overtuiging dat je je eigen capaciteiten wel degelijk kunt ontwikkelen wel?

De groeimindset en neuroplasticiteit

Alles wat we doen, denken of voelen wordt aangestuurd door onze hersenen. Deze hersenen kan je zien als een soort van electriciteitsnetwerk met miljarden paden en wegen die oplichten als je iets denkt, voelt of doet. Dat is wat je min of meer kunt waarnemen bij een fMRI scan of door middel van een EEG (zie ook de publicatie 'Hersenscans, wat meten ze nou precies?). Deze verbindingen in onze hersenen zou je kunnen zien als ons besturingssysteem.

Als we worden geboren dan hebben we deze hersenen al. Er zijn al veel verbindingen gelegd. We kunnen bijvoorbeeld al adem halen, het hart klopt en alle organen worden al aangestuurd zonder dat we daar over hoeven na te denken. Maar de hersenen nemen met de jaren nog fors in omvang toe en worden nog vele nieuwe verbindingen gelegd. Deze ontwikkeling van onze hersenen verloopt bij iedereen ongeveer op eenzelfde wijze. Daarom ontwikkelt ieder kind zo ongeveer op drie jarige leeftijd de mogelijkheid om zinnetjes te vormen. Kennelijk zijn de hersenen er dan aan toe om taal te ontwikkelen.

Nog niet zo lang geleden dachten wetenschappers dat de ontwikkeling van de hersenen doorliep totdat iemand de volwassen leeftijd had bereikt. Men ging er vanuit dat de hersenbedradingen vanaf dat moment min of meer vast waren gelegd en dat er dus niet zo veel meer was te veranderen.

Hersenen veranderen zich gedurende het hele leven

Maar uit hersenonderzoek blijkt dat dit niet juist is. De hersenen veranderen zich gedurende het hele leven en passen zich aan. Dit wordt ook wel Neuroplasticiteit genoemd. En het gaat nog iets verder dan aanpassen; de hersenen zijn zelfs in staat tot zelfvernieuwing. Deze zelfvernieuwing houdt in dat er steeds nieuwe verbindingen tussen hersencellen kunnen ontstaan en dat er nieuwe hersencellen kunnen worden aangemaakt. Ook als iemand op leeftijd is, ontstaan er nieuwe hersencellen en worden er nieuwe verbindingen tussen de hersencellen gemaakt. Deze verbindingen tussen hersencellen zorgen ervoor dat je iets kunt leren. Onze hersenen bepalen onze vaardigheden en omgekeerd beïnvloed het oefenen van vaardigheden onze hersenen. Als iemand bijvoorbeeld op latere leeftijd begint met pianospelen en veel tijd steekt in het oefenen dan worden verbindingen tussen bepaalde hersencellen versterkt en worden er ook nieuwe verbindingen gecreëerd. Hierdoor kan deze persoon beter worden in het pianospelen.

Er zijn drie soorten plasticiteit:

1) Ervaringsonafhankelijke plasticiteit

Deze manier van hersenontwikkeling gaat eigenlijk vanzelf volgens een genetisch programma en zonder dat daar extra prikkels voor nodig zijn. Verschillende delen van de hersenen ontwikkelen zich in een bepaalde volgorde en volgens een vaste structuur.

2) Ervaringsverwachte plasticiteit:

Behalve de hierboven genoemde automatische ontwikkeling is er ook een vorm van ontwikkeling die ontstaat doordat op het juiste moment de juiste prikkels worden ontvangen. De hersenen verwachten eigenlijk een bepaalde ervaring om zich te kunnen ontwikkelen. Vandaar de naam ervaringsverwachte plasticiteit. De ontwikkeling is optimaal als de stimulatie van buitenaf op het juiste moment plaatsvindt. Zo zijn de eerste 6 levensjaren bij mensen een gevoelige periode voor de verwerving van taal. Na deze periode verloopt het aanleren van taal veel minder vlot en spontaan. Omgekeerd heeft het dus ook geen zin om van een kind te verwachten dat hij iets gaat leren als daarvoor de hersengebieden nog niet zijn gevormd. Zo komen plannen en rekening houden met de gevolgen van eigen handelen pas later in de puberteit tot ontwikkeling omdat de prefrontale cortex zich nog volop organiseert.

3) Ervaringsafhankelijke plasticiteit

Ieder mens heeft een uniek stel hersenen. Onze hersenen verschillen ten eerste van elkaar doordat iedereen een andere aanleg heeft. Maar er is nog iets dat zorgt voor grote verschillen en dat komt doordat iedereen andere ervaringen heeft opgedaan. Het leven dat je leidt en de dingen die op je pad komen leveren verschillende soorten informatie voor de hersenen. Daarom zien de hersenen van een violist er anders uit dan die van een ICT-er en weer anders dan die van een sporter. Dat is bijvoorbeeld de verklaring voor het feit dat mensen die hun leven in het oerwoud doorbrengen meer moeite hebben met het onderscheiden van rechthoekige voorwerpen dan mensen die leven in een verstedelijkte omgeving. Ervaringsafhankelijke plasticiteit biedt ons de mogelijkheid onze hersenen te vormen en te trainen door het opzoeken van dit soort informatie die onze hersenen in de gewenste richting vormt. (Meer hierover; lees Het maakbare brein van Margriet Sitskoorn)

Dat de hersenen plastisch zijn blijkt ook wel uit situaties waarbij bijvoorbeeld hersenbeschadigingen zijn opgetreden. Kinderen bij wie het gebied voor taal in de linker hersenhelft wordt weggenomen blijken bijvoorbeeld toch nog overweg te kunnen met taal omdat is gebleken dat deze functie dan wordt overgenomen door de motorische gebieden in de rechterhersenhelft. En bij mensen die blind worden gaat de visuele cortex bijvoorbeeld tast-informatie verwerken.

Groeimindset legt nieuwe verbindingen

In je hersenen bestaan zoals gezegd allerlei verbindingen tussen verschillende hersencellen. En hoe vaker je deze verbindingen activeert, hoe soepeler het gaat. Zo werkt het met alles wat je denkt, doet of voelt. Overal hebben we snelle verbindingen in onze hersenen voor ontwikkeld. Zie deze verbindingen in je hersenen als een soort snelwegen door de jungle. Hoe vaker je die snelweg neemt, des te breder hij wordt. En dat is heel effectief want het zorgt er voor dat we snel kunnen handelen. Deze snelwegen liggen ten grondslag aan onze patronen van denken, doen en voelen. En daardoor zijn we vaak in staat om snel en effectief te reageren. Een brandweerofficier moet snel kunnen beslissen over de juiste inzet van zijn personeel, dus neemt hij de snelweg. Een broker op de effectenbeurs heeft geen tijd om lang af te wegen of hij nu moet toeslaan of niet dus ook hij gaat via een eerder betreden pad. Je hoeft niet telkens het wiel opnieuw uit te vinden.

Bewuste aandacht en discipline

Maar als je iets nieuws wilt leren dan zal je soms deze “snelwegen” moeten verlaten. Dan moet je een nieuw pad hakken in de jungle van je hersencellen. En dat vraagt gedurende langere tijd bewuste aandacht en discipline, maar het kan dus wel! Zie dan voor je dat je de snelweg verlaat en met een kapmes een nieuw pad gaat hakken. De eerste keer is het een flinke klus, maar ook een avontuur, dus misschien wel leuk. Na flink hakken kom je uiteindelijk waar je moet zijn. Je hebt een nieuw pad gecreëerd voor jezelf – een andere aanpak, iets wat je tot op heden nog niet kende. Maar het is natuurlijk nog niet direct een nieuwe gewoonte of een nieuw patroon. De volgende dag is het pad alweer een beetje dichtgegroeid. Het ligt nog niet zo voor je klaar als die snelwegen.

Iedere keer dat we aan iets nieuws denken, een nieuwe taak leren of een andere emotie kiezen dan hakken we als het ware een nieuw paadje door de jungle. En als we dit pad blijven dan gaan onze hersenen deze weg vaker te gebruiken. De weg wordt een snelweg. De nieuwe manier van denken, doen of voelen wordt ‘normaal’. Het oude pad wordt minder vaak gebruikt en verzwakt hierdoor of groeit dicht. Dit proces van nieuwe verbindingen leggen is neurplasticiteit in actie.

Een aardig voorbeeld hiervan is het experiment met de fiets waarbij het stuur precies andersom werkt dan we gewend zijn. In het filmpje hieronder zie je hoe we na veel oefenen uiteindelijk in staat zijn om er in te slagen.

De conclusie is dat we dus allemaal de mogelijkheid hebben om te leren en te veranderen. Er is geen reden om vast te houden aan de overtuigingen van een Fixed Mindset. Kortom hoogste tijd om onze groeimindset te ontwikkelen.

Lees het volgende artikel: Groeimindset vergroten en stimuleren: 3 strategieën

Deel dit artikel:

Schrijf je in voor de P&A Booster!

Privacy voorwaarden

Contactgegevens

P&A Talentontwikkeling
Oldenzaalsestraat 1200 
7524 RJ Enschede

053 431 10 60
info@talentontwikkeling.com

KvK 08 11 66 53

twitter linkedin
 

 

Booster logo

Geen inspiratie missen over Leiderschap? Meld je aan voor de P&A Booster

Privacy voorwaarden